De schrijflijntjes in Bizar

In Bizar van Sjoerd Kuyper zijn allerlei andere schrijvers te ontdekken. En niet alleen de met name genoemde Shakespeare, maar ook Hadewijch, Herman Melville, Charles Dickens en Frans Kellendonk.

Dat Bizar (Hoogland & Van Klaveren, 2019) een verhaal over lezen en schrijven is, is vanaf bladzijde één duidelijk. Hoofdpersoon Sallie Mo vertrouwt ons meteen toe dat ze tien jaar lang, van haar derde tot haar dertiende, de hele dag heeft gelezen. Dokter Bloem ziet in het hoofd van Sallie Mo zelfs een boekenkast staan. En omdat deze kast alle ramen en deuren naar de buitenwereld, ‘het echte leven’, barricadeert, verordonneert de psychiater dat Sally Mo drie maanden lang niet mag lezen. Van pure ellende gaat ze daarom maar schrijven. Niet zomaar een boek, maar ‘het beste boek van de wereld (…) dus eerst avonturen en daarna pas een beetje denken op papier’.

Bijbel
Met zo’n hoofd vol boeken – of dat nu Sallie Mo’s of Kuypers eigen hoofd is - kan het niet anders of er klinken andere schrijvers door in het verhaal van Sallie Mo. In diverse formuleringen klinken echo’s van ander werk. Kleine knipoogjes naar sprookjes (‘Broeder Beitel ziet gij al iets komen?’) of oude radioprogramma’s voor kinderen (het verhaal van kabouter Mondjetoe die de maan schildert is afkomstig uit Het klokje van 7).  
Soms reiken de reminiscenties verder. Als Sallie Mo verliefd naar Dylan kijkt en schrijft ‘ik voelde dat mijn hart honing lekte’, springt in mijn hoofd elk geval het Hooglied aan. Kuyper varieert hier op de fraaie liefdeslyriek van het vierde hooglied waarin de bruid bezongen wordt: ‘Uw lippen, o bruid! druppen van honigzeem; honig en melk is onder uw tong.’
De Bijbel, een van de weinige boeken waar Sallie Mo naar eigen zeggen niet doorheen kwam, komt vaker ter sprake. Het is haar voorbeeld voor hoe je als schrijver te werk gaat. Je moet geen dagboek willen schrijven, waarin ‘de wereld de baas [is], het “echte leven”, niet de schrijver.’ Beter is het alles zelf te verzinnen: ‘Als God op de eerste dag.’
En om haar ingewikkelde familierelaties uit te leggen gebruikt Sallie Mo de bijbelse taal van ‘en die bekende die en die gewon die, en die bekende die en die gewon die, net voetbaluitslagen’.
Anders dan Beitel, het jongere broertje van Dylan, gelooft Sallie Mo niet in God, maar ze denkt wel regelmatig over hem na. Ze is in die zin een oudere uitgave van de kleuter Robin in Kuypers begriffelde Robin en God (1996) en net als in dit boek presenteert Kuyper God en religie als een schitterend verhaal dat mensen hebben bedacht om de wereld om hen heen te (be)vatten. En is dat niet de functie van literatuur überhaupt?

Hadewijch
Soms hoef je die wereld niet te begrijpen, maar val je ermee samen. ‘Het sublieme’ noemt dokter Bloem dat en heel soms ervaart Sallie Mo dat welhaast mystieke geluksgevoel. Bijvoorbeeld als ze in de regen een blaadje ziet neerdwarrelen op het water of als ze in een café zit en jazzmuziek hoort.
In één passage geeft Kuyper er meer woorden aan. Eerst de ervaring zelf, waarbij, passend bij het sublieme, de komma’s ontbreken: ‘(…) ik stond helemaal alleen in dat bos en een briesje schudde aan de takken en onder de bomen regende het nog wat na en ik kon nergens zitten want alles was zeiknat en het licht van de zon viel horizontaal tussen de bomen door en ik stond daar en ik was gelukkig.’ Dan een uitweiding van en toelichting op die ervaring: ‘Het zonlicht scheen in alle druppels, ook als ze vielen, en liet ze flonkeren en ik voelde die flonkering in mijn hoofd. Als ik mijn ogen dichtdeed, zag ik alles nog, omdat de hele wereld in mijn hoofd zat (…) Ik kreeg tranen in mijn ogen en voelde dat de zon daar net zo in scheen als in de druppels om mij heen. Ik was in alles en alles was in mij en alles was goed.’ Die laatste zin is niet alleen prachtig door de chiastische herhaling, maar is ook schatplichtig aan mystici als Hadewijch.
Als geen ander beschreef deze dertiende-eeuwse mystica het gevoel van opgaan in de schepping (en haar Schepper). Het meest bekend is een strofe uit haar 22e gedicht (‘menegerande minne’) en die weerklinkt ook in De Kuypers woorden:

Alle dinge
Sijn mi te inge
Ic ben soe wijt

(…)
Widere dan wijt
Mi es te inghe al el’

To be or not to be
Oke, Hadewijch heb ik er misschien zelf met mijn lezershoofd in gestopt. Maar Shakespeare komt echt van Sallie Mo zelf. Zijn Hamlet is haar literaire held. ‘Als je Hamlet uit hebt, hoef je daarna eigenlijk nooit meer iets te lezen.’ Ze is dol op Hamlet’, omdat het opa David was die haar ermee liet kennismaken, maar vooral omdat Hamlet gaat over hoe je in het leven moet of kunt staan: ‘Omdat als je over hem denkt ook over de wereld denkt, en over jezelf in de wereld.’
Het ‘to be or not to be’ valt uiteraard, meermalen zelfs. Het gaat over bestaan of niet bestaan in de boekenwereld en de echte wereld, over gezien worden of niet, over leven en dood, over waarheid of leugen. En het gaat over of de schrijver nu beschrijft wat waar is of alles maar bij elkaar verzint. Volgens dokter Bloem is daartussen eigenlijk geen verschil: ‘Kijk naar de wereld zoals die is, de echte wereld, door niemand bedacht, en schrijf op wat je ervan vindt. Wat je denkt. Liegen mag ook.’
In het verhaal vervagen de grenzen tussen wat echt gebeurt en wat zich alleen in Sallie Mo’s schrijvershoofd afspeelt, steeds meer. Eerst biecht ze het nog op als ze iets heeft verzonnen, later mag de lezer dat zelf uitzoeken. Al schrijvende verkent ze de wereld en ontdekt ze dat liegen minder erg is dan ze altijd heeft verkondigd en dat liegen misschien wel het beste is wat schrijvers kunnen doen om de waarheid, of liever de werkelijkheid, te tonen. En daarin lijken Kuyper en zijn alter ego op Frans Kellendonk en zijn motto oprecht veinzen. Het wapen van de schrijver, zo stelde Kellendonk, is de ironie: ‘In plaats van te zeggen: “We weten waar we het over hebben,” zegt de ironie: “We doen net alsof we weten waar we het over hebben, en we vergeten geen moment dat we maar doen alsof.” Mijn definitie van ironie is: oprecht veinzen. Kunst moet nadrukkelijk onecht zijn.’
Ironie, dat mag losjes en onverschillig klinken, maar het was Kellendonk met de literatuur bittere ernst, zoals het dat volgens mij bij Kuyper ook is. Verhalen zijn de enige manier om de dood op afstand te houden. Als Hamlet stervende is, draagt hij Horatio op te blijven leven en de waarheid te vertellen: ‘Adem met pijn in deze wrede wereld, Horatio, doe mijn verhaal.’ Dood speelt ook een rol in Bizar en Sallie Mo schrijft de waarheid daarover, al wil ze er liever haar eigen draai aan geven omdat de waarheid zo godverdomde schrijnend is. ‘Dat je je leven in verhalen mooier mag maken dan het in werkelijkheid is. Flink overdrijven. En dat iedereen daar gelukkiger van wordt.’

Melville en Dickens
Gaandeweg leert Sallie Mo wat schrijven is. Dat je bijvoorbeeld de lezer moet onderhouden en niet te ver weg in je eigen herinneringen en gedachtes moet verdwalen. ‘Kappen’ zegt ze dan resoluut tegen zichzelf. ‘Nu. Verder met het verhaal.’ Maar in plaats van meteen verder te gaan schrijft Sallie – Kuyper – Mo: ‘Ik heb ontzettend zin om ergens het woord “soebatten” te gebruiken.’ (zo jammer dat ik geen digitale proef heb, dan kon ik met ctr-F de tekst screenen op ‘soebatten’).
In die heerlijke gedachtenkronkels en zijpaden doet Bizar denken aan twee andere boeken die ik dit jaar - eindelijk – las: Moby Dick van Herman Melville en Onze wederzijdse vriend van Charles Dickens.
Hoe verschillend ook, de drie boeken hebben gemeen dat ze alle regels van de romankunst aan hun laars lappen en dat je er desondanks alleen maar in wil blijven doorlezen en uit wil blijven citeren. Alle drie boeken hebben een duidelijke plot (de jacht en wraak op een witte walvis, de zoektocht naar de moordenaar van een erfgenaam en een steeds grimmiger vakantieavontuur), maar die plot doet er eigenlijk niet toe. Het is alsof de schrijvers die er als tegemoetkoming aan de lezer in hebben gestopt, maar zich ondertussen lekker uitleven in andere zaken. Zo weeft Melville doodleuk een theaterdialoog en een walvisencyclopedie erdoorheen en schildert Dickens met sardonisch genoegen de leeghoofden en wannabees van de Londense society. Kuyper spreidt zijn maatschappij- en mensbeelden tentoon, van vrouwenemancipatie, klimaat, bankiers, vluchtelingen tot en met God en de dood. De drie schrijvers vliegen alle kanten uit, maar hun boeken blijven sprankelend en onderhoudend.

Bizar is een ode aan het leven, aan het creëren en (be)denken: 'Misschien bestaat alles wat je kunt bedenken echt, misschien bestaat niets echt en zijn er alleen gedachten. Maar wie denkt ze dan? Wie zit mij te bedenken?' Gelukkig heeft Sjoerd Kuyper Sallie Mo bedacht.   

 

 

 

 

 

Over Bea Ros


Bea Ros
Bea Ros leest, schrijft, onderzoekt en recenseert.

Lees meer...

Nieuwste recensies