Een verdraaid geestige Woltz

Een verdraaid geestige Woltz
  • De eerste Alix
  • Anna Woltz
  • Uitgever: Querido
  • Jaar: 2026
  • Aantal blz.: 264

De eerste Alix is een heerlijk zwierig boek waarin Anna Woltz met zichtbaar genoegen de roaring twenties tot leven schrijft en haar hoofdpersoon ook nog een moord laat oplossen.

Woltz’ nieuwste jeugdboek riep bij mij tal van aangename associaties op met andere verhalen. Bijvoorbeeld met de detectives van Agatha Christie, vooral die over Tommy en Tuppence waarin er, naast een moordmysterie, steevast sprake is van statige landhuizen en snelle auto’s.  In De eerste Alix is het de 14-jarige Alix die in zo’n landhuis een verdachte dood moet onderzoeken. Ze is tijdens een onweer vanuit het heden honderd jaar terug in de tijd, naar 1926, gekatapulteerd. Ze wordt van straat geplukt door een vrouw in een bloedrode auto, omdat Alix sprekend lijkt op het nichtje van de familie in het landhuis. De perfecte dekmantel om daar te gaan rondneuzen.

Deze mevrouw Vossius runt zonder dat haar echtgenoot het weet een detectivebureau - want anno 1926 mochten getrouwde vrouwen immers niet werken en al helemaal niet als detective. Dat gegeven roept dan weer associaties op met de Netflix-serie Lidia Poët, losjes gebaseerd op de gelijknamige eerste vrouwelijke strafrechtadvocaat in Italië (1855-1949) die haar beroep niet mocht uitoefenen en daarom haar broer assisteert bij het oplossen van misdaden en ondertussen strijdt voor vrouwenrechten.

Vrouwenrechten zijn zonder meer een belangrijk element in Woltz’ boek. Zo zegt mevrouw Vossius: ‘Als meisjes alleen dingen mogen doen die ze al kunnen, dan komen we nooit ergens.’ Overigens komt Alix in 1926 juist meer tot haar recht dan in haar eigen tijd, waar ze zich door sociale druk van leeftijdgenoten koest houdt en haar intelligentie niet durft te tonen. ‘In mijn eigen tijd heb ik mijn wereld volgebouwd met hekken. Overal kronkelt prikkeldraad, mijn hoofd hangt vol lijsten met alles wat ik niet mag en niet wil en niet durf.’ In 1926 staan nog geen hekken, omdat niemand haar daar nog kent. Sterker, men wil juist dat ze vragen stelt en slim is. ‘Aan het eind van iedere dag ben ik niet minder, maar juist iets meer.

Verreweg de leukste associatie die Woltz’ boek oproept, is die met Een zomerzotheid (1927) van Cissy van Marxveldt. Het heeft dezelfde nonchalante stijl en zwierige plot, hetzelfde spel met persoonsverwisselingen. Ik meende tal van knipogen te zien: partijtjes tennis in de lommerrijke tuin van het landhuis, de familie heet Heyendaal en bij Marxveldt heet de mannelijke protagonist Robbert Padt van Heijendaal, een meisje dat zich Pip noemt in plaats van Philippa en eentje dat zich Pip noemt in plaats van Erica, een gewone jongen die zich voordoet als jonkheer en een jonkheer die zich voordoet als chauffeur – en vrouwelijke protagonisten die vallen voor de jonker.
Eerst dacht ik nog dat dit toeval was, totdat ik in het interview in Trouw met Woltz las dat Een zomerzotheid een van haar favoriete boeken is. Sterker, in haar herken ik de fan die ik zelf ook ben: net als ik herleest Woltz minstens jaarlijks dit heerlijke boek en bij het schrijven van De eerste Alix lag het onder handbereik. Dan kan ze bij mij niet meer stuk.

Maar er zit vooral ook heel veel Woltz in dit boek. De plot mag luchtiger zijn dan in haar voorgaande boeken, haar stijl is soepel, sterk en humoristisch als vanouds, met verrassende beeldspraken als ‘het duister ruikt naar ijzer en kaneel’. 
Uiteindelijk draait dit boek helemaal niet om het oplossen van een moord. Woltz beoefent het genre haast als een pastiche, compleet met alle bekende plotwendingen. De  whodunnit is vooral een vehikel om te schrijven over een thema dat in meer van haar boeken terugkomt: de vrijheid en durf veroveren om jezelf te mogen zijn. Een verdraaid geestige Woltz die naar meer smaakt!