Indianenmoed

Een indiaan als jij en ik
Erna Sassen
Illustrator: Martijn van der Linden
Uitgever: Leopold
Jaar: 2018
Aantal blz.: 126
8,0

Erna Sassen blijkt niet alleen goed in het beschrijven van levensechte jongeren, maar weet ook raad met jongere kinderen, blijkt uit Een indiaan als jij en ik.

Haar hoofdpersonen zijn vaak boos en tegen de keer. Dat geldt tenminste voor de jongerenboeken van Erna Sassen, zoals Dit is geen dagboek en Er is geen vorm waarin ik pas. Niet meteen personages om in je hart te sluiten. Dat geldt wel voor Boaz in Sassens recent verschenen kinderboek Een indiaan als jij en ik.

Boaz is een slim, eenzelvig buitenbeentje. Hij gaat helemaal op in zijn fantasiewereld, waarin indianen de hoofdrol spelen. Hij draaft door de duinen op jacht naar buffels, terwijl zijn moeder denkt dat hij bij (niet bestaande) vriendjes speelt. Als er een nieuw meisje in zijn klas komt, Aïsha, weet Boaz meteen dat zij een indiaan oftewel een zielsverwant is. Ze spreekt amper Nederlands, maar via tekeningen vertellen ze elkaar van alles. En ook al misleest Boaz Aïsha’s tekeningen over haar vaderland Syrië als indianenverhalen, toch ontstaat er een vriendschapsband tussen beide kinderen. Ze trekken zich aan elkaar op en hebben samen de grootste lol. Samen maken ze een werkstuk over – uiteraard – indianen: zij tekent en hij schrijft.
Nog nooit heeft Boaz zich zo thuis gevoeld op school en hij wordt dan ook ‘bovennatuurlijk kwaad’ als zijn ouders en juf beslissen dat hij wel een klas over kan slaan. Hij loopt weg, de duinen in. Hij beseft al snel zijn onmacht: ‘Het probleem bij van huis weglopen is: wanneer ga je weer terug?’

Sassen schildert een prachtig subtiel portret van een jongen. Het knappe is dat ze van Boaz geen zielenpiet maakt – wat niet wegneemt dat je met hem te doen hebt – maar hem juist krachtig en moedig maakt. Boaz is een overlever en toont uiteindelijk indianenmoed. Zijn woede slaat hem niet lam - zoals Sassens oudere hoofdpersonen soms wel – maar maakt hem vindingrijk.
Een indiaan als jij en ik is een ontroerend verhaal met prachtige, op indianenpatronen geïnspireerde tekeningen van Martijn van der Linden in zwart en bruinrood. Enig minpuntje zijn de kadertjes met weetjes over indianen. Ze zijn overbodig, leiden af en zijn te droog, encyclopedisch geschreven, waar de stijl van het verhaal juist raak, bruisend en humoristisch is. En de voetnoten bij woorden als buffels en schrift hadden heel goed in de lopende tekst opgelost kunnen worden. Verder gun je elk vluchtelingkind een vriend als Boaz en biedt dit verhaal elke leerkracht verrijkingsstof om na te denken over wat we kinderen willen leren.

(Deze recensie verscheen, in licht gewijzigde vorm, eerder in Didactief, september 2018)

Over Bea Ros


Bea Ros
Bea Ros leest, schrijft, onderzoekt en recenseert.

Lees meer...

Nieuwste recensies