In Dit wil je lezen! neemt Marc ter Horst de alomtegenwoordige reclame op de korrel. Zijn verhaal beweegt tussen amusante slapstick en serieuze boodschap.
Na zijn succesvolle non-fictieboeken over klimaat en natuur debuteerde Marc ter Horst in 2023 als fictieschrijver met Rugzwemmen. Hierin bleef hij dicht bij zijn bekende thematiek. In zijn tweede fictieboek Dit wil je lezen! duikt hij de taal in, meer specifiek de opdringerige reclametaal.
Stans vader kan er niet meer tegen, tegen die taal. Hij neemt die al te letterlijk en dus koopt hij dingen die hij niet nodig heeft (‘Koop nu! Laatste kans!) en voelt hij zich na het lezen van de slogan ‘Voer de bij bij’ verplicht om een bijenhotel te bouwen. Zijn baan als rijinstructeur raakte hij kwijt, omdat hij het niet eens was met de nieuwe naam Perfect voor de rijschool (niemand is perfect).
Zijn zoon maakt zich grote zorgen. Misschien is zijn vader wel gek aan het worden. Zijn moeder is al apart gaan wonen, omdat ze er niet meer tegen kon. Daarom probeert Sam samen met Amy iets te verzinnen. En dan blijken die stomme aankopen van zijn vader zowaar nog van pas te komen ook. Hun ludieke actie om te protesteren tegen reclame slaat breed aan.
Net als in Rugzwemmen draait dit verhaal niet om raak getekende en uitgediepte hoofdpersonen, maar om de maatschappijkritische thematiek. Maar anders dan in zijn eersteling weet Ter Horst er nu wel een aanstekelijk verhaal van te maken. Het leest als een amusante slapstick. En daarin mag een vader best een karikatuur zijn en mag de plot ook over de top zijn.
Passend bij de thematiek strooit Ter Horst kwistig met taalgrappen. Een mooie vondst is ‘imperatyfus’, die vermaledijde gebiedende wijs (imperativus) in de reclame. De schrijver benadrukt dat mooi door elk hoofdstuk een gebiedende wijs als titel mee te geven.
Door de zorgen om zijn vader raakt ook Stan steeds meer in de ban – en in de war - van taal. Misschien is taal zelfs wel de echte hoofdpersoon in dit boek. Soms wil Ter Horst dingen iets te nadrukkelijk uitleggen. Dan besteedt hij een hele pagina om de lezer duidelijk te maken waarom ‘Stop leugens in de reclame’ toch niet zo’n goede slogan is. Ook de communicatiedeskundige die Amy en Stan voor hun schoolopdracht interviewen, krijgt wat al te veel ruimte om dingen uit te leggen. Hier piept de non-fictieschrijver er te veel doorheen. Jammer, want het verhaal kan prima zonder die (uitgebreide) uitleg.
Overigens blijkt het verhaal natuurlijk toch een typisch Ter Horst-thema te hebben. Want al die reclame die ons maar aanzet tot dingen kopen, is allesbehalve duurzaam. Dit wil je lezen! dient die boodschap smakelijk en overtuigend op.