Hommage aan monsters en reuzen

Hommage aan monsters en reuzen

Met zijn prentenboek Wij gaan op monsterjacht! brengt Paul van Loon een hommage aan Maurice – Maximonsters – Sendak. Maar ook andere makers gluren erdoorheen.

‘Wij kinderboekenschrijvers/tekenaars staan allemaal op de schouders van reuzen’, schrijft Paul van Loon in een Facebookbericht waarin hij zijn nieuwe boek aankondigt. In Wij gaan op monsterjacht! brengt Van Loon een hommage aan al die reuzen die hem beïnvloed hebben of die hij bewondert.

Als eerste is dat natuurlijk Maurice Sendak, de maker van de klassieker Max en de Maximonsters. Voor Van Loon opende dit boek ‘de deur naar de kinderboekenwereld’, toen hij als student illustratie op de Kunstacademie in Den Bosch zat. Het zou zo maar eens kunnen, zo schrijft hij op Facebook, dat het witte wolvenpakje dat het jongetje Max op een avond aantrekt, heeft doorgewerkt in Van Loons creatie van Dolfje Weerwolfje, de kleine witte weerwolf.


In zijn nieuwe prentenboek voert Van Loon het jongetje Tom op, die net als Max, niet bang is voor monsters. Met veel bravoure stapt Tom het Monsterbos in. Hij laat zich niet uit het veld slaan als hij zes monsters ziet en als ze roepen dat het bos verboden is voor  mama’s, ziet hij dat alleen maar als aanbeveling. Want nu kan ‘Monstertje Tom’, zoals zijn moeder hem noemt, zich lekker uitleven.
Net als bij Sendak bevat het verhaal tal van elementen die erop wijzen dat het Monsterbos vooral een fijne fantasie van Tom is. In de bomen hangen sterretjes en maantjes die we later op Toms kamer terugzien, en de monsters blijken gelijkenis met zijn knuffels te vertonen. Een tweede knipoog is er naar Winnie the Pooh: Tom loopt net als Christopher Robin samen met zijn teddybeer Joepie (een naam die niet voor niets op Winnie lijkt) het bos in, klaar om avonturen te beleven. In de titel klinkt bovendien een echo door van een ander bekend boek met een bos, een avontuur en monsters/wilde dieren: Wij gaan op berenjacht van Michael Rosen en Helen Oxenbury.


Met deze verwijzingen eert Van Loon de kinderlijke fantasie, dat heerlijke vermogen om van alles een spannend avontuur te maken. Daarnaast wilde hij een diepe buiging maken voor enkele illustratoren. Dat doet hij met een knipoog: hij geeft zijn zes monsters illustere voornamen mee: Maurice (inderdaad, Sendak), Ernest (Shepard, de illustrator van Winnie the Pooh), Hugo (Van Look, van Dolfje Weerwolfje), Quentin (Blake), Arnold (Lobel) en Khing (The Tjong Khing). Behalve in actie in het verhaal zijn de zes als portret met hun naam te zien in de eregalerij op de laatste bladzijde én verspreid door het boek heen op kindertekeningen die tegen de bomen zijn geprikt.  

Nick Egberts tekende voor de illustraties in dit boek. En dat deed hij heel sfeervol, met een goede balans tussen griezelig en grappig. Van Loon zet zijn taal lekker vet aan, met fijn veel klankrijm: ‘Ze grommen en brommen en brullen. Vogels en vleermuizen vluchten ver weg.’  Zinnen die zich heerlijk laten voorlezen en waarbij kinderen zalig kunnen griezelen. Niet per se subtiel van stijl, maar ze verhogen het  plezier en de spanning tijdens het voorlezen zonder meer. Tekst, verhaal en beeld maken Wij gaan op monsterjacht! tot een feestje.